Geschiedenis en cultuur

De historische ontwikkeling van de gemeente Ferwerderadiel is beïnvloed door de kerkelijke organisatie, de bestuurlijke indeling en de strijd tegen het water. De landschappelijke hoofdvorm van de gemeente ontstond bij de terpenbouw van de 6e eeuw voor Christus tot de 12e eeuw na Christus. De dijkaanleg in dit gebied begon rond de 12e eeuw. Omstreeks 1230 was Friesland opgedeeld in drie kerkelijke dekenaten. Bestuurlijk werd Oostergo opgesplitst in drie delen: Ferwerderadiel, Dongeradeel en Dantumadeel. Er werd recht gesproken door de Nyoghen (negen) 1 rechter en 2 bijzitters per deel. Deze rechterlijke macht had eveneens een bestuurlijke functie. In 1242 was er voor het eerst sprake van Grietmannen, die optraden als bestuursambtenaren en later als hoofden van de Delen. In de 15e eeuw werden de Delen zelfstandig en kan men spreken van de Grietenij Ferwerderadiel.

Vroeger behoorde Ameland tot Ferwerderadiel, totdat in 1405 een uitspraak gedaan werd over de zelfstandigheid van dit eiland. Kerkelijk bleven er wel nauwe banden bestaan en het klooster Foswert had er uitgebreide bezittingen. Ook vandaag de dag onderhoudt Ferwerderadiel nog een vriendschappelijke band met Ameland. In 2005 werden bestuurders en raadsleden nog uitgenodigd door hun collega's op Ameland om het lustrum van 600 jaar zelfstandigheid te vieren. Tot op 19e eeuwse kaarten ziet men een Amelands veer aangegeven aan de kust van Ferwerderadiel, ten noorden van Ferwert.



In de kerken getuigen de hier en daar mooi gebeeldhouwde banken, zerken en rouwborden van de opdrachten die statebewoners aan kunsthandwerkers gaven. Door dezelfde houtsnijders werden ook de preekstoelen gesneden. Door de maatregelen tijdens de Franse tijd, toen wapens en kronen verwijderd dienden te worden, is veel van de pracht in de kerken verloren gegaan. De meeste states waren toen reeds vervallen of afgebroken, andere volgden in de loop van de 19e eeuw. Alleen Harsta State te Hegebeintum bestaat nog, zij het niet meer in de oorspronkelijke vorm.