Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | Gemeente Ferwerderadiel |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Treasurystatuut van de gemeente Ferwerderadiel |
| Citeertitel | Treasurystatuut van de gemeente Ferwerderadiel |
| Vastgesteld door | college van burgemeester en wethouders |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) | |
| Onderwerp | financiën en economie |
| Opmerkingen m.b.t. de regeling | Geen. |
| Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) | Verordening op de inrichting van de financiële organisatie, het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de gemeente Ferwerderadiel. |
| Betreft (aard van de wijziging) | nieuwe regeling |
| Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling | 01-10-2006 |
| Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling | |
| Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling | 12-09-2006 |
| Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling | Geen. |
| Kenmerk voorstel | Geen. |
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerkingtreding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-03-2011 | nieuwe regeling | 15-02-2011 Geen. |
Geen. | ||
| 01-10-2006 | nieuwe regeling | 12-09-2006 Geen. |
Geen. |
Sector : II
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ferwerderadiel;
gelet op het bepaalde in de Verordening op de inrichting van de financiële organisatie, het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de gemeente Ferwerderadiel;
gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO);
besluit:
vast te stellen het navolgende
TREASURYSTATUUT VAN DE GEMEENTE FERWERDERADIEL
HOOFDSTUK I – ALGEMEEN
Artikel 1 Begrippenkader
In dit statuut wordt verstaan onder:
| Financiële beleidsinstrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden o.a. gebruikt om renterisico ’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning, waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven, ingedeeld per tijdseenheid. De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden. Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling. Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. |
HOOFDSTUK II – DOELSTELLINGEN
Artikel 2 Doelstellingen van de treasuryfunctie
De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
Het beschermen van de gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel duidelijk worden geregeld.
HOOFDSTUK III – RISICOBEHEER
Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer
Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan:
door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies van de sector Middelen en Ondersteuning wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij;
ambtenaren in vaste dienst bij de gemeente.
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut.
Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico ‘s. Alvorens een derivaten-transactie wordt afgesloten wint de gemeente het advies in van een externe adviseur.
Artikel 4 Renterisicobeheer
De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido.
De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido.
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning.
De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening / uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
De rentevisie van de gemeente wordt periodiek opgesteld op basis van de rentevisie van minimaal 2 vooraanstaande financiële instellingen.
Binnen de kaders, gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen / uitzettingen, opdat ook in de toekomst geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen optreedt.
Artikel 5 Koersrisicobeheer
De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en / of uitzettingen in vastrentende waarden.
Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door overeenkomstig artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.
Artikel 6 Kredietrisicobeheer
Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten. Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:
overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%;
financiële instellingen met tenminste een A-rating van één van de volgende erkende ratingbureau’s: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;
overheidsbanken binnen het EMU-gebied met minimaal een A-rating.
Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.
Indien de lange termijn rating van een tegenpartij onder A komt dan dient de uitzetting, indien mogelijk, direct te worden verkocht.
Artikel 7 Intern liquiditeitsrisicobeheer
De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal vier jaar.
Artikel 8 Valutarisicobeheer
Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de Euro.
Eventuele valutarisico’s die voortvloeien uit operationele transacties worden door de gemeente direct ingedekt.
HOOFDSTUK IV – GEMEENTEFINANCIERING
Artikel 9 Financiering
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten.
Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken, teneinde de renterisico ’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen, commercial paper (CP) en medium term notes (MTN).
De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 2 instellingen, waaronder de NV Bank Nederlandse Gemeenten, alvorens een financiering wordt aangetrokken welke schriftelijk wordt vastgelegd.
Artikel 10 Langlopende uitzettingen
Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 of 6 genoemde voorwaarden;
de gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen, waaronder de NV Bank Nederlandse Gemeenten, alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan, welke schriftelijk worden vastgelegd;
leningen aan een derde organisatie, die naar het oordeel van de gemeenteraad de publieke taak dient, kunnen alleen worden verstrekt:
onder het beding van eerste hypotheek als de hoofdsom van de lening niet uitgaat boven de 70% van de waarde van het onderpand.
de waarde van het onderpand wordt op kosten van de derde organisatie, bepaald door een beëdigd taxateur.
het bedrag van de verstrekte lening wordt in maximaal 30 jaren terugbetaald middels annuïteiten of in jaarlijks gelijke termijnen.
de lening wordt verstrekt tegen de voorwaarden, welke de gemeente zelf op het tijdstip van de kredietverlening voor door haar te sluiten leningen met eenzelfde looptijd als die van de te verstrekken lening verschuldigd zou zijn bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten.
zowel de kosten, verbonden aan de vestiging als aan de royering van de hypotheekakte, zijn voor rekening van de derde organisatie.
het onderpand dient ten genoegen van burgemeester en wethouders (college) te zijn verzekerd tegen brand- en stormschade.
om jaarlijks de kredietwaardigheid van de derde organisatie te kunnen beoordelen, moet de derde organisatie jaarlijks voor 1 juli de rekening over het afgelopen en de begroting over het komende jaar aan de gemeente overleggen.
indien de kredietwaardigheid van de derde organisatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet is gewaarborgd, heeft de gemeente de mogelijkheid om het bestuur van de derde organisatie zodanige richtlijnen te geven dat de kredietwaardigheid van deze organisatie binnen drie jaar weer wordt gewaarborgd.
volgt het bestuur van de derde organisatie de richtlijnen als bedoeld in lid i niet (volledig) op dan heeft de gemeente de mogelijkheid het bedongen onderpand op kosten van de derde organisatie openbaar te verkopen.
Artikel 11 Garanties
Garanties op leningen, aangetrokken door woningbouwcorporaties, worden alleen verstrekt als de voorwaarden die worden gesteld, overeenkomen met die van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.
a. het verlenen van een garantie op een lening, aangetrokken door een derde organisatie, die naar het oordeel van de gemeenteraad de publieke taak dient, is alleen toegestaan als er een onderpand voor de te garanderen lening aanwezig is en als de hoofdsom van de af te sluiten lening, met de hoofdsommen van de al op het onderpand rustende leningen, niet uitgaat boven 70% van de waarde van het onderpand.
de waarde van het onderpand wordt op kosten van de derde organisatie bepaald door een beëdigd taxateur.
het onderpand dient ten genoegen van burgemeester en wethouders te zijn verzekerd tegen brand- en stormschade.
om jaarlijks de kredietwaardigheid van de derde organisatie te kunnen beoordelen, moet de derde organisatie jaarlijks voor 1 juli de rekening over het afgelopen en de begroting over het komende jaar aan de gemeente overleggen.
indien de kredietwaardigheid van de derde organisatie, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, niet is gewaarborgd, heeft de gemeente de mogelijkheid om het bestuur van de derde organisatie zodanige richtlijnen te geven, dat de kredietwaardigheid van deze organisatie binnen drie jaar weer wordt gewaarborgd.
volgt het bestuur van de derde organisatie de richtlijnen, als bedoeld in lid e niet (volledig) op, dan heeft de gemeente de mogelijkheid het bedongen onderpand op kosten van de derde organisatie openbaar te verkopen.
Artikel 12 Vervallen
Artikel 13 Relatiebeheer
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
Bankrelaties en hun bancaire condities worden tenminste eens in de vier jaar beoordeeld.
Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid, minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6.
Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer.
Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.
HOOFDSTUK V – KASBEHEER
Artikel 14 Geldstromenbeheer
Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken, wordt:
het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeentenivo op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.
het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd binnen één bank.
Artikel 15 Saldo- en liquiditeitenbeheer
Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
de gemeente streeft naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities.
indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt, overeenkomstig artikel 4 lid 1, de kasgeldlimiet niet overschreden.
toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening-courant.
toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar, zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s.
bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar, zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan.
de gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen, waaronder de NV Bank Nederlandse Gemeenten, alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar, welke schriftelijk worden vastgelegd.
HOOFDSTUK VI – ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE
Artikel 16 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van de administratieve organisatie en interne controle.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd.
Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd.
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd;
de uitvoering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen;
de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van transacties.
Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct gecontroleerd door de functionaris die belast is met de interne controle.
HOOFDSTUK VII – VERANTWOORDELIJKHEDEN
Artikel 17 Vervallen
Artikel 18 Vervallen
Artikel 19 Verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente, staan in de volgende tabel gedefinieerd.
Functie | Verantwoordelijkheden |
Gemeenteraad |
|
Raadscommissie |
|
B. en W. |
|
Portefeuillehouder financiën
|
|
Beleidsmedewerker financiën belast met treasury
|
|
Sectorhoofden |
|
Budgethouder |
|
Beheerder gemeentefinanciën
|
|
Financiële administratie |
|
Accountant |
|
HOOFDSTUK VIII – BEVOEGDHEDEN
Artikel 20 Bevoegdheden
In onderstaande tabel staan de bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering.
| Bevoegde functionaris (eerste handtekening) | Autorisatie (tweede handtekening) |
Saldo-, liquiditeiten- en geldstroombeheer | ||
Het uitzetten van geld via callgeld, deposito en spaarrekening | Beheerder gemeentefinanciën | Sectorhoofd Middelen |
Het aantrekken van geld via callgeld of kasgeld | Beheerder gemeentefinanciën | Sectorhoofd Middelen |
Betalingsopdrachten voorbereiden, betaalbaarstellen en versturen
| Beheerder Gemeentefinanciën | Sectorhoofd Middelen |
Bankrelatiebeheer | ||
Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen | Beheerder gemeentefinanciën | B. en W. |
Bankcondities en tarieven afspreken | Beheerder gemeentefinanciën | B. en W. |
Risicobeheer |
|
|
Het afsluiten van derivatentransacties | Sectorhoofd Middelen
| B. en W.
|
Financiering en uitzetting | ||
Het afsluiten van kredietfaciliteiten | Sectorhoofd Middelen | B.en W. |
Het aantrekken van gelden via onderhandse leningen en MTN ’s zoals vastgelegd in de treasuryparagraaf | Sectorhoofd Middelen
| B.en W. |
Het uitzetten van gelden via onderhandse leningen, obligaties, MTN ’s zoals vastgelegd in de treasuryparagraaf | Sectorhoofd Middelen | B. en W. |
Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak | Sectorhoofd Middelen | B. en W. |
Het verstrekken van leningen aan ambtenaren | Sectorhoofd Middelen | B. en W. |
Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak | Sectorhoofd Middelen | B. en W. |
HOOFDSTUK IX – INFORMATIEVOORZIENING
Artikel 21 Liquiditeitenprognose en rentevisie
In de begroting van enig jaar wordt door de Beheerder gemeentefinanciën een liquiditeitenprognose opgesteld voor het jaar waar de begroting op betrekking heeft en de bij de begroting behorende meerjarenramingen.
Periodiek verstrekt de Beheerder gemeentefinanciën aan het college van B.en W. een liquiditeitenprognose.
Periodiek verstrekt de Beheerder gemeentefinanciën aan het college van B.en W. een rentevisie op lange termijn.
Artikel 22 Treasuryparagraaf
Jaarlijks wordt in de rekening een treasuryparagraaf opgenomen welke tenminste de volgende gegevens omvat:
Een opgave van:
het begrotingstotaal bij aanvang van het verslagjaar;
de kasgeldlimiet bij aanvang en einde van het verslagjaar;
de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen waarop het jaarverslag betrekking heeft;
de stand van de vaste schuld bij aanvang en einde van het verslagjaar;
de renterisiconorm bij aanvang van het verslagjaar en
het renterisico op de vaste schuld over het verslagjaar.
De berekende gemiddelde netto vlottende schuld aan het einde van ieder kalenderkwartaal van het verslagjaar.
Een analyse van:
de geplande versus de gerealiseerde liquiditeitsposities;
het werkelijke versus het geplande risicoprofiel;
de prestaties van de treasuryfunctie ten opzichte van de markt.
Informatie omtrent de naleving van procedures, richtlijnen, limieten en overige instructies.
De treasuryparagraaf wordt ingericht overeenkomstig het door burgemeester en wethouders vastgestelde model.
Artikel 23 Informatievoorziening
Met betrekking tot de treasuryactiviteiten, voor zover hiervoor niet genoemd, dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen.
Informatie | Frequentie | Informatie-verstrekker | Informatie-ontvanger |
Gegevens met betrekking tot toekom-stige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning
| Periodiek
| Sectorhoofden | Beheerder gemeentefinanciën |
Liquiditeitenplanning | Periodiek | Beheerder gemeentefinanciën
| Sectorhoofd Middelen |
Beleidsplannen treasury in treasu-ryparagraaf van de begroting
| Jaarlijks | Beleidsmedewerker treasury
| Gemeenteraad |
Evaluatie treasuryactiviteiten in de treasuryparagraaf van de rekening
| Jaarlijks | Beleidsmedewerker treasury
| Gemeenteraad |
Voortgang onderdelen treasury-para-graaf via voor- en najaarsrapportage
| Halfjaarlijks | Beleidsmedewerker treasury
| Gemeenteraad |
Verantwoording naar aanleiding van treasuryparagraaf via rekening
| Jaarlijks | Beleidsmedewerker treasury | Gemeenteraad |
Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in artikel 8 Wet fido
| Kwartaal | Beleidsmedewerker treasury | Derden |
Lenings-, uitzettings- en garantie-besluiten
| Binnen 14 dagen na besluit
| College | Provincie |
HOOFDSTUK X – INWERKINGTREDING
Artikel 24 Inwerkingtreding
Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 oktober 2006.
Het treasurystatuut, vastgesteld in de collegevergadering van 23 november 2004, met als ingangsdatum 1 januari 2005, wordt hierbij ingetrokken.
ALDUS vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 12 sep- tember 2006.
,burgemeester.
,secretaris.