Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Ferwerderadiel. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in Het Sawn Stjerren Nijs heeft een officieel karakter.

  

Verordening studiefaciliteiten aan ambtenaren in dienst der gemeente

Deze verordening behelst de voorwaarden, waaronder studiefaciliteiten worden verleend aan ambtenaren in dienst van de gemeente.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Ferwerderadiel
Officiële naam regeling Verordening studiefaciliteiten aan ambtenaren in dienst der gemeente
Citeertitel Verordening studiefaciliteiten 2002
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp Personeel en organisatie
Opmerkingen m.b.t. de regeling De “Verordening studiefaciliteiten aan ambtenaren in dienst der gemeente”, vastgesteld in de vergadering van de raad dd. 16 december 1993, is ingetrokken.

Datum ondertekening inwerkingstredingbesluit 18-10-2001.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 01-01-2002
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 18-10-2001
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Geen.
Kenmerk voorstel 7/90.01

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2002 nieuwe regeling 18-10-2001
Geen.
7/90.01

 

 

 

 

Sector        : II

Nr.        : 90.18

 

 

 

De raad van de gemeente Ferwerderadiel; 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 2 oktober 2001, nr. 7/90.01; 

gelet op de Algemene wet bestuursrecht; 

 

 

besluit: 

 

 

I.        in te trekken de “Verordening studiefaciliteiten aan ambtenaren in dienst der gemeente”, vastgesteld in de vergadering van de raad dd. 16 december 1993;

  1. vast te stellen de volgende 

 

VERORDENING STUDIEFACILITEITEN AAN AMBTE­NA­REN IN DIENST DER GE­MEENTE

 

 

        Artikel 1

 

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 

a.        ambtenaar:                degene op wie het algemeen ambtenarenreglement van toe­pas­sing is;

b.        volledige

betrekking:         een betrekking waarvan de arbeids­duur gemiddeld 38 uur per week bedraagt;

c.        werkdag:                de krachtens artikel D 1 van het algemeen ambtena­renregle­ment voor de betrekking van de ambtenaar per dag vastgestelde -al of niet gelijke- arbeids­periode;

d.        woonge-

bied:                        een door burgemeester en wethouders aan te wijzen gebied aanslui­tend aan het grondgebied van de gemeente.

 

 

 

 

 

Artikel 2

 

1.        De burgemeester en wethouders kunnen, indien en voor zover het belang van de dienst zulks toelaat, aan een ambtenaar op diens aanvraag één of meer van de in de volgende artike­len omschreven studiefaciliteiten toekennen, indien:

a.        met de studie een gemeentelijk belang wordt gediend; en

b.        de opleiding door de burgemeester en wethouders deugde­lijk wordt geoordeeld;

c.        de opleiding is vermeld in het door burgemeester en wethouders vast te stellen opleidingsplan.

2.        Een gemeentelijk belang wordt gediend door:

a.        opleidingen aan een bestuursschool;

b.        opleidingen, gericht op het terrein waarop de ambtenaar in zijn huidige functie werkzaam is;

c.        opleidingen, die niet direct betrekking hebben op de tegenwoordige functie van de ambtenaar, maar gericht zijn op een functie, waarvoor de ambte­naar op een later tijdstip in aanmerking kan komen;

d.        andere door de burgemeester en wethouders aan te wijzen opleidingen.

3.        Burgemeester en wethouders kunnen van het opleidingsplan afwijken ten gunste van nieuw in dienst tredende ambtenaren die reeds een studie volgen die niet in het opleidingsplan is vermeld, of ambtenaren die zich willen specialiseren in hun vakgebied of een studie willen volgen voor een ander vakgebied.

 

 

        Artikel 3

 

1.        Alvorens studiefaciliteiten te verlenen kunnen burgemeester en wethouders -al dan niet op verzoek van de ambtenaar- een gericht studieadvies inwinnen.

2.        In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ambtenaar een psychologisch onderzoek doen instellen.

 

 

        Artikel 4

 

1.        De studiefaciliteiten worden verleend voor een door burge­meester en wet­houders bij de verlening te bepalen termijn, die wordt afgeleid van de normaal te achten duur van de studie.

2.        Burgemeester en wethouders kunnen de in het vorige lid bedoelde termijn met één jaar verlengen, welke termijn in bijzondere gevallen nogmaals kan worden verlengd.

3.        De in de voorgaande leden bedoelde termijnen worden geacht in elk geval te zijn verstreken op de datum waarop het dienst­verband van de ambtenaar met de gemeente eindigt.

 

 

 

 

        Artikel 5

 

Indien burgemeester en wethouders op grond van door hen inge­wonnen inlichtin­gen van oordeel zijn, dat de ambtenaar niet regelmatig of niet voldoende stu­deert, waardoor hij niet in staat kan worden geacht zijn studie binnen de termijn als bedoeld in artikel 4 te volbrengen, zijn zij bevoegd de ver­leende studiefaciliteiten -al dan niet tijdelijk- in te trek­ken. 

 

 

        Artikel 6

 

De ambtenaar, aan wie studiefaciliteiten zijn toegekend, is verplicht zich na het verstrijken van de in artikel 4 bedoelde termijn aan het eerstvolgende voor zijn studie geldende examen te onderwerpen en de uitslag daarvan aan burgemeester en wet­houders mede te delen, tenzij zulks op grond van persoon­lijke omstandig­heden niet kan worden verlangd. 

 

 

Studiekosten 

 

        Artikel 7

 

1.        De door een ambtenaar met een volledige betrekking naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijk gemaakte studiekosten worden ver­goed tot een percentage van 75.

2.        De ambtenaar die geen volledige betrekking vervult, ont­vangt een, in evenredigheid tot het aantal uren van een volledige betrekking berekend, deel van de vergoeding zoals bedoeld in het vorige lid.

 

 

        Artikel 8

 

1.        Vergoeding van studiekosten wordt eerst gegeven, nadat de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard, dat hij de uit dien hoofde genoten bedragen zal terugbetalen, indien:

a.        hij de hem ingevolge artikel 6 opgelegde verplichting niet nakomt;

b.        hij de studie, waarvoor de vergoeding is verleend, beëindigt voordat de in artikel 4 bedoelde termijn is verstreken zonder dat de studie tot het behalen van een diploma heeft geleid;

c.        de vergoeding wordt gestaakt op grond van artikel 5;

  1. hij op eigen aanvraag of tengevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen voor het einde van de studie, waarvoor vergoeding is toegekend of binnen twee jaren na het behalen van het voor deze studie geldende diploma; 

 

 

e.        hij op eigen aanvraag of ten gevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen binnen twee jaren na het beëindigen van de studie zonder dat het door hem -na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 4- afgelegde examen tot het behalen van een diploma heeft geleid.

2.        De terugbetalingsverplichting op grond van het gestelde in lid 1 onder b van dit artikel, vervalt indien voortzetting van de studie redelijkerwijs niet van hem kan worden ver­langd.

Geen terugbetaling op grond van het gestelde in lid 1, onder d en e, behoeft te geschieden, indien de ambtenaar aanslui­tend aan zijn ontslag een betrek­king aanvaardt, waaraan het ambtenaarschap in de zin van de Algemene burger­lijke pensi­oenwet is verbonden. Indien op de datum van ingang van het ontslag van de in lid 1, onder d en e, bedoelde termijn van twee jaren, tenminste één jaar is verstreken blijft de verplichting tot terugbetaling beperkt tot 1/24 gedeelte van de genoten bedragen voor iedere volle maand, die aan de termijn van twee jaar ontbreekt. 

3.        Burgemeester en wethouders kunnen de ambtenaar op zijn aanvraag, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, ontheffen van de op hem rustende verplichting tot terugbe­taling.

 

 

Verlof 

 

        Artikel 9

 

Onverminderd het bepaalde in artikel F 28, lid 1 van het algemeen ambtenarenre­glement, wordt voor het volgen van les­sen, die in diensttijd worden gegeven, verlof met behoud van bezoldiging verleend tot ten hoogste één werkdag per week, gemiddeld over een jaar berekend. 

 

 

        Artikel 10

 

Aan de ambtenaar, die een opleiding volgt, waarvan de lessen niet of niet geheel in diensttijd worden gegeven, kan studie­verlof worden verleend van minimaal een halve werkdag per vier weken tot maximaal een halve werkdag per week. Daarbij wordt rekening gehouden met de aard van de opleiding en de persoon­lijke omstandigheden van de ambtenaar. 

 

 

        Artikel 11

 

Ter voorbereiding op een studie of een afgerond deel daarvan afsluitend examen, kan aan de ambtenaar verlof worden verleend tot een maximum van vijf halve werkdagen per gehele studie. 

 

 

 

Slotbepalingen 

 

        Artikel 12

 

Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. 

 

 

        Artikel 13

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te beslissen, voorzo­ver nodig in afwijking van het in deze verordening bepaalde, in gevallen, waarin deze verordening naar hun oordeel niet of niet in redelijkheid voorziet. 

 

 

        Artikel 14

 

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening stu­diefaciliteiten 2002". 

 

 

        Artikel 15

 

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. 

 

 

 

        ALDUS        besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ferwerderadiel van 18 oktober 2001.

 

 

 

        , voorzitter.

 

 

 

        , secretaris.